Natuur

Steden hadden in de Middeleeuwen binnen de omwalling vaak weides om vee te laten grazen, boomgaarden en grote tuinen om voedsel te verbouwen. Achter de huizen vind je vaak enorme tuinen, met prachtige oude bomen en in de straten vind je ook oude en aparte beplanting. Door de grote rijkdom aan groen en water tref je in Aardenburg vele vogelsoorten, bijzondere amfibieën, vlinders, insekten en vier verschillende soorten vleermuizen aan.
Aan de rand van Aardenburg liggen de resten van de middeleeuwse en zeventiende eeuwse wallen. In dit groene gebied liggen poelen en natte graslanden, meidoornhagen, oeroude knotwilgen en een speciaal reservaat voor akkerkruiden. Het is een prima biotoop voor amfibieën als de boomkikker en de kamsalamander, maar ook als broedgebied voor weidevogels, steenuilen, ransuilen en de bosuil. Deze groene zone is in beheer bij het Zeeuwse Landschap.
Ten westen van Aardenburg ligt ”De Elderschans”. De restanten van de dubbele omwalling en de dubbele gracht van de vesting zijn herkenbaar. Later is het omgevormd tot villapark met een grote variëteit aan bomen, die nu zo’n 150 jaar oud zijn.
Ten noorden van Aardenburg ligt de onlangs gereconstrueerde Olieschans, die ook toegankelijk is voor publiek. Hier is goed te zien hoe een schans er in de 17de eeuw uitzag. Aan de andere kant van de weg ligt de Aardenburgse Havenpolder. Die is ingericht als natuurgebied in het kader van de Ecologische Hoofdstructuur. De Ee, die hier ooit door het Middeleeuwse landschap meanderde is weer zichtbaar gemaakt. Dit gebied mag ook bewandeld worden.
Ten zuiden van Aardenburg ligt de toegang tot de in de middeleeuwen gegraven Eeklose watergang. Die was bedoeld om de in dit gebied gewonnen turf te transporteren naar Eeklo of Aardenburg en had toen een belangrijke economische functie. Tegenwoordig is het een natuurgebied dat beheerd wordt door Staatsbosbeheer en dat eveneens toegankelijk is voor publiek.
In ”De Biezen”, zuidoostelijk van Aardenburg, werd in de Middeleeuwen veen afgegraven. De akkers die hier nu liggen worden door minstens vijf kreken doorsneden. Iedere winter verblijven hier honderden Kleine zwanen, die hun broedgebieden hebben aan de Russische noordkust. In het voorjaar worden ze weer afgelost door onze broedvogels zoals de bruine kiekendief en allerlei rietzangers, die dan de kreken bevolken.
Zolang je de toren van de Sint Baafs kunt zien, kun je eigenlijk niet verdwalen.